| HPD-140 / HPD142 / HPD-850 / HPD-852 / HPD-2000 / HPD-2002 | ||
|
De HPD-140 en HPD-142 hebben een maximaal haalbare snelheid van 14Mbps. De HPD-850 en HPD-852 hebben een maximaal haalbare snelheid van 85Mbps. De HPD-2000 en HPD-2002 hebben een maximaal haalbare snelheid van 200Mbps. De snelheid is afhankelijk van de demping op het net, en de afstand. Hoe groter de afstand des te groter de demping. |
![]() ![]() |
|
|
Vul nu in "Ipconfig / release"en druk op "Enter" Het IP-adres
wordt nu ververst. U zult zien dat hier ook het IP-adres op 0.0.0.0
komt te staan. |
||
|
Met het meegeleverde software programma kunt u controleren of alle DATApluggen die op het lichtnet zijn aangesloten daadwerkelijk wordt gezien door de software. Is dit niet het geval, controleer dan of alle DATApluggen op hetzelfde netwerk zijn aangemeld, en op dezelfde lichtnet fase zijn aangesloten. |
||
|
*. Als alle DATApluggen zijn geweest, staan deze weer op de fabrieksinstelling en kunt u opnieuw beginnen met het instellen van uw netwerk. |
||
|
De werking van WEP berust op een geheime sleutel, die twee commmunicerende parijten (een mobiel station en een accespoint) met elkaar delen om het bericht van een verstuurde dataframe te beschermen door middel van encryptie. Encryptie wordt hierbij niet alleen gebruikt om de data te beschermen, maar ook als een soort toegangcontrole. De sleutel wordt dus meegezonden. Bij een 24 bits encryptie zijn slechts 18000 mogelijkheden. Bij WIFI is geen fysieke koppeling tussen PC nodig. Een WIFI netwerk kan worden benaderd vanuit een auto buitenshuis. Via een dataplug kan alleen een verbinding worden gemaakt als er op dezelfde lichtnetfase wordt. Dit kan hooguit de buurman in de straat zijn. Hieruit blijkt dat gebruik van een dataplug vele male veiliger is als een WIFI of draadloos netwerk. |
||
|
Alecto ondersteund alleen haar eigen producten. De onderstaande gegevens kunt u alleen gebruiken als leidraad, voor officieel support neem contact op met Microsoft of gebruik de help functie van uw besturingssysteem. IP adres en computernaam
ingeven. Wanneer u computers wilt koppelen op uw thuisnetwerk controleer dan eerst de computernamen van de computers die u wilt koppelen. Als het nodig is kunt u deze naam wijzigen op de volgende manier: Windows 98SE:
open het configuratiescherm, wat u vindt onder startmenu en dan
instelling menu, en klik dan dubbel op het netwerk icoon. Windows 2000:
open het configuratiescherm, wat u vindt onder startmenu en dan
instellingmenu, en klik dan dubbel op het systeem icoon. Windows XP: selecteer Start -> Configuratie scherm -> Systeem, selecteer nu computernaam en klik op wijzigen. |
||
|
Ping en IP configuratie zijn bereikbaar via de DOS prompt. C. PING: klik op start en selecteer dan Uitvoeren. Voor Windows 98 en ME type "command". Voor Windows 2000 en XP type "CMD". D. IP configuratie: Windows 98 en ME: type winipcfg om de IP configuratie te starten. Host naam en IP adres worden getoond. Windows 2000 en XP: type ipconfig/all om de IP configuratie te starten. Host naam en IP adres worden getoond. Stat Ping door in te typen "ping" gevolgd door het IP adres of Host naam. (BV. "ping 192.168.1.1" of "Ping eenAndereHostNaam". E. Controleer dan de juist LED status van de datapluggen of controleer de UTP kabels. F. Controleer ook of de netwerkadapter van uw PC is geactiveerd. G. Controleer of de datapluggen
worden gedetecteerd door het Windows H. Internet verbinding
wordt niet gedeeld. Mocht het netwerk nog niet werken, vervang de datapluggen dan even voor een vaste kabel (niet van pc naar pc). Controleer nogmaals bovenstaande instelling in Windows. Als het netwerk nu werkt kan de kabel vervangen worden door twee datapluggen. Voor een connectie tussen PC en PC heeft u een speciale kabel nodig (Maakt u gebruik van twee datapluggen, kunt u de meegeleverde kabels gebruiken). |
||
|
|
||