HPD-140 / HPD142 / HPD-850 / HPD-852 / HPD-2000 / HPD-2002
 


FAQ Belangrijk:
Let erop dat u de Alecto Dataplug niet aansluit op een stopcontact met overspanningsbeveiliging of een stopcontact achter een UPS, maar rechtstreeks op het 230 Volt lichtnet. Let erop dat in gebouwen met een meerfase installatie u bij gebruik van de Alecto DATAplug dezelfde fase gebruikt.

De HPD-140 en HPD-142 hebben een maximaal haalbare snelheid van 14Mbps. De HPD-850 en HPD-852 hebben een maximaal haalbare snelheid van 85Mbps. De HPD-2000 en HPD-2002 hebben een maximaal haalbare snelheid van 200Mbps. De snelheid is afhankelijk van de demping op het net, en de afstand. Hoe groter de afstand des te groter de demping.

 
 


Fouten bij toekenning IP adres. (PC ziet dataplug niet)
Fouten bij toekenning IP adres. (PC ziet dataplug niet)
Start uw PC op. Ga nu naar het startmenu, vervolgens "uitvoeren" en tik in "CMD" en druk op "Enter".
Vul nu via het toetsenbord in "Ipconfig" en druk op "Enter".

Vul nu in "Ipconfig / release"en druk op "Enter"

Het IP-adres wordt nu ververst. U zult zien dat hier ook het IP-adres op 0.0.0.0 komt te staan.
Vul nu in "Ipconfig/ renew" en druk op "Enter"

Er wordt nu een nieuw IP-adres toegewezen.
U kunt ook klikken op het bestand "opdrachtprompt" welke u kunt vinden in "Start", "Alle Programma's", "bureau-accessoires".

 
DATAplug niet aanwezig.
Met het meegeleverde software programma kunt u controleren of alle DATApluggen die op het lichtnet zijn aangesloten daadwerkelijk wordt gezien door de software. Is dit niet het geval, controleer dan of alle DATApluggen op hetzelfde netwerk zijn aangemeld, en op dezelfde lichtnet fase zijn aangesloten.
 


Resetten van de DATAplug.
Verwijder alle DATApluggen van het lichtnet, behalve die op uw PC is aangesloten. Start het programma "Dataplug utility".
Het programma scant het lichtnet maar vindt nu geen datapluggen. Alleen "local Device(s) on you computer" zal gedetecteerd worden.
Ga nu naar tabblad "Diagnostics". Selecteer een "Device" in het scherm "Remote Device History (log)" en delete alle Devices. Save het report.
Ga nu naar tabblad "Privacy" en klik op button "Use default (publick network). Klik daarna op button "Set local device only".
Sluit het programma.
Verwijderd de éérste DATAplug van uw PC, en plaats de tweede DATAplug aan uw PC.
Herhaal nu de procedure

*. Als alle DATApluggen zijn geweest, staan deze weer op de fabrieksinstelling en kunt u opnieuw beginnen met het instellen van uw netwerk.

 


DES encryptie.
De Alecto DATApluggen zijn uitgerust met een 56 Bits DES encryptie. DES encryptie stamt uit de jaren '70, en is ontwikkeld door de National Security Agency. Er wordt gebruikt gemaakt van 16.777.216 sleutels met een totaal aantal mogelijkheden van 72.057.037.927.936. Hieruit blijkt dat DES encryptie vele malen veiliger is als WEP encryptie welke bij WIFI wordt gebruikt.

De werking van WEP berust op een geheime sleutel, die twee commmunicerende parijten (een mobiel station en een accespoint) met elkaar delen om het bericht van een verstuurde dataframe te beschermen door middel van encryptie. Encryptie wordt hierbij niet alleen gebruikt om de data te beschermen, maar ook als een soort toegangcontrole. De sleutel wordt dus meegezonden. Bij een 24 bits encryptie zijn slechts 18000 mogelijkheden.

Bij WIFI is geen fysieke koppeling tussen PC nodig. Een WIFI netwerk kan worden benaderd vanuit een auto buitenshuis. Via een dataplug kan alleen een verbinding worden gemaakt als er op dezelfde lichtnetfase wordt. Dit kan hooguit de buurman in de straat zijn. Hieruit blijkt dat gebruik van een dataplug vele male veiliger is als een WIFI of draadloos netwerk.

 


Extra info.
Computers toevoegen op een thuis-netwerk

Alecto ondersteund alleen haar eigen producten. De onderstaande gegevens kunt u alleen gebruiken als leidraad, voor officieel support neem contact op met Microsoft of gebruik de help functie van uw besturingssysteem.

IP adres en computernaam ingeven.
Windows installeert standaard de IP adres en gateway toewijzing als automatisch. In sommige gevallen is het nodig om het IP-adres te wijzigen, zie help functie van uw besturingssysteem om het IP-adres te wijzigen.

Wanneer u computers wilt koppelen op uw thuisnetwerk controleer dan eerst de computernamen van de computers die u wilt koppelen. Als het nodig is kunt u deze naam wijzigen op de volgende manier:

Windows 98SE: open het configuratiescherm, wat u vindt onder startmenu en dan instelling menu, en klik dan dubbel op het netwerk icoon.
Selecteer nu het identificatiemenu en type nu de nieuw naam voor de computer in het vakje computernaam

Windows 2000: open het configuratiescherm, wat u vindt onder startmenu en dan instellingmenu, en klik dan dubbel op het systeem icoon.
Selecteer nu het netwerk identificatiemenu en klik op wijzigen en type nu de nieuwe naam voor de computer in het vakje computernaam.

Windows XP: selecteer Start -> Configuratie scherm -> Systeem, selecteer nu computernaam en klik op wijzigen.

 


Problemen met activeren van een verbinding:
A. Controleer de LED status van de datapluggen.
B. Controleer de encryptie instellingen via het programma op de computer.

Ping en IP configuratie zijn bereikbaar via de DOS prompt.

C. PING: klik op start en selecteer dan Uitvoeren. Voor Windows 98 en ME type "command".     Voor Windows 2000 en XP type "CMD".

D. IP configuratie: Windows 98 en ME: type winipcfg om de IP configuratie te starten. Host      naam en IP adres worden getoond.

Windows 2000 en XP: type ipconfig/all om de IP configuratie te starten. Host naam en IP     adres worden getoond.

Stat Ping door in te typen "ping" gevolgd door het IP adres of Host naam. (BV. "ping     192.168.1.1" of "Ping eenAndereHostNaam".

E. Controleer dan de juist LED status van de datapluggen of controleer de UTP kabels.

F. Controleer ook of de netwerkadapter van uw PC is geactiveerd.

G. Controleer of de datapluggen worden gedetecteerd door het Windows
netwerk. Sluit éérst alle computers af. Verwijder nu alle datapluggen. Sluit nu per PC de      dataplug aan en herstart de computer. Als er nog problemen zijn controleer dan de TCP/IP      instellingen van de aangesloten computers, let erop dat er automatische een IP en gateway      wordt gekozen. Is dit niet het geval controleer dan of alle computers op dezelfde subnet zijn      ingesteld. Start ipconfig/all om te controleren of er een geldig IP adres wordt gebruikt en      dezelfde subnet.

H. Internet verbinding wordt niet gedeeld.
Om een internet verbinding te kunnen delen heeft u een router nodig achter uw breedband     aansluiting. Er wordt veel gebruik gemaakt van een ADSL router. Hierbij is de router in het     modem geïntegreerd en heeft u geen losse router meer nodig. Deze router zal     functioneren als firewall, en alle computers zullen van dezelfde IP adres als gateway     gebruiken. Sluit de dataplug aan op een poort van de router. Kunt u nu geen verbinding met     internet krijgen controleer dan nogmaals the TCP/IP settings en set deze op automatisch.     Sluit daarna alle pc af. Ontkoppel alle datapluggen uit het lichtnet en zet ook de router uit. Plug nu éérst de dataplug van de router in het 230 volt lichtnet en zet de router aan. Wacht     een minuut of twee zodat de router helemaal is ingesteld. Sluit nu de dataplug bij de éérste     pc aan en start de pc op. Na opstarten kunt u internet op. Sluit nu per pc éérst de dataplug     aan en start de pc op.

Mocht het netwerk nog niet werken, vervang de datapluggen dan even voor een vaste kabel     (niet van pc naar pc). Controleer nogmaals bovenstaande instelling in Windows. Als het     netwerk nu werkt kan de kabel vervangen worden door twee datapluggen. Voor een connectie     tussen PC en PC heeft u een speciale kabel nodig (Maakt u gebruik van twee datapluggen,     kunt u de meegeleverde kabels gebruiken).

 


Ondersteuning software
HPD-140 en HPD-142 is verbindings software beschikbaar voor Windows 2000, XP en VISTA
HPD-850 en HPD-852 is verbindings software beschikbaar voor Windows 2000, XP en VISTA
HPD-2000 en 2002 is helaas nog geen software beschikbaar.